Jaarrede ALV 2015

VOORZITTER KVNRO                 

 

 

Jaarrede 2015 saamhorigheidsbijeenkomst Havelte

Generaals, Dames en Heren,

Het eerste aspect wat ik wil bespreken is het aspect wat gisteren volop in het nieuws was de bezuinigingen bij de Landmacht vanwege het tekort aan financiële middelen. Dat is een probleem en dat onderkennen we al jaren en we hebben als belangenvereniging al jaren aangegeven dat dit een steeds groter knelpunt is voor de Krijgsmacht, maar ook specifiek voor de landmacht.

Het is echter bijzonder zuur om te moeten constateren  dat de Commandant landstrijdkrachten nu besloten heeft vooral ook onmiddellijk te gaan bezuinigen op de inzet van Reservisten.

Dat is niet alleen jammer voor de Reservisten die het betreft, maar het vooral jammer zoals de Landmacht ook zelf aangeeft het lijnrecht in gaat tegen het beleid van de Minister. De Minister wil juist steeds meer gaan doen met Reservisten en het is dan juist bijzonder vreemd en bijzonder jammer dat de Landstrijdkrachten deze bezuinigingsmaatregel kiezen. Het is ook jammer omdat wij als Reservisten altijd als motto hanteren, “vrijwillig maar niet vrijblijvend”. Wij stellen ons dus niet vrijblijvend beschikbaar aan de Landmacht en de Krijgsmacht en is dan erg jammer dat de Krijgsmacht op een zodanige manier vrijblijvend omgaat met de inzet van de Reservisten en als het er op aankomt de Reservisten niet meer oproept.

Naar mijn idee ligt het probleem niet bij de Reservisten en het probleem ligt niet eens zozeer bij de financiële middelen .het probleem ligt hem bij de beperkingen die door het ministerie zijn opgelegd om budget over te hevelen van het enen deel van het personele budget naar het andere deel. Ik zal dan ok mijn uiterste beste doen om zowel bij de Landmacht als bij het Ministerie te bepleiten om te ontschotten en budgetten beter beschikbaar te maken voor alle categorieën personeel en ik hoop daarmee te bewerkstelligen dat zo gauw mogelijk deze maatregel van tafel gaat  en ook in de komende periode en jaren deze maatregel niet opnieuw wordt ingevoerd.

Dan wil ik graag aandacht besteden aan het arbeidsvoorwaardenpakket van de Reservisten. Reeds enige jaren geleden is het rapport Pols uitgebracht. Een rapport waarin nauwkeurig op dat ogenblik in omschreven stond welke tekortkomingen er waren op het gebied van het arbeidsvoorwaardenpakket van de Reservisten. Het afgelopen jaar is de hoofddirectie personeel druk aan het werk geweest om die tekortkomingen weg te werken. In de laatste rapportage  aan de belangenverenigingen is aangegeven dat inmiddels alle knelpunten of niet meer van toepassing zijn of zijn opgelost. Dat is een prima resultaat.  Het probleem echter daarbij is dat U en ik nog steeds niet weet hoe de problemen zijn opgelost. En ik roep dan ook de minister op om werk te maken van het bekend stellen van de regelingen aan de reservisten. Mijn oproep betreft geef presentaties aan de reservisten hoe hun rechtspositie nu precies in elkaar zit, wat voor hen gegarandeerd is, en maak handige kaartjes waarop een reservist kan zien welke rechten en plichten hij heeft en hoe regelingen in elkaar zitten , met name als er zaken fout gaan.

Het tweede aspect waarover ik wil praten is cultuur.

Het afgelopen jaar is er gewerkt aan een nieuwe reservistennota die door de minister aan de tweede kamer is gestuurd. Die reservistennota bevat een nieuw reservistenbeleid. De manier echter waarop die nota tot stand gekomen is  laat zien dat er nog steeds problemen zijn met het accepteren van de keuzes die in het kader van het nieuwe beleid zijn gemaakt. Op het ogenblik dat de nota in de richting van de minister ging zijn een aantal van onze beroepscollega’s  bezig geweest met dat beleid.

En het beleid zoals het geformuleerd was naar de wens van de minister is vervolgens door de afdeling beleid op het ministerie zodanig herschreven dat ook de minister haar wensen daarin niet meer herkende. Zij heeft daarom de nota opnieuw laten schrijven. Die totstandkoming van de nota  geeft mij sterk de indruk dat er nog steeds beroepscollega’s  zijn in de organisatie die dit reservistenbeleid niet ondersteunen. Sterker nog als ze de kans krijgen, de reservistenbeleid willen blokkeren.

Ik roep dan ook de minister op om een cultuuromslag te weeg te gaan brengen binnen Defensie, waarbij het beeld dat beroepspersoneel hebben op dit ogenblik van reservisten en de wijze waarop de minister gebruik wil maken van reservisten te incorporeren in het denken van de Krijgsmacht.

Het derde punt waarover ik u graag wil spreken gaat over het arbeidsvoorwaardenpakket, met name het diensteinde van de reservisten. Er is nu een voorlopig akkoord gesloten over het diensteinde  van het militair personeel. Daaronder vallen ook de reservisten. Dit gaat inhouden dat op termijn onze beroepscollega’s met FLO zullen gaan met 62 jaar waarbij zij worden gestimuleerd om door te werken tot 65 jaar. Dat doorwerken tot 65 jaar is voor de reservisten al heel lang een wens, een wens die in het arbeidsvoorwaardenoverleg nooit op tafel kwam omdat onze beroepscollega’s dat tegen hielden. Nu die mogelijkheid ontstaat heb ik de minister onmiddellijk  een brief gestuurd met het verzoek om de regeling om reservisten tot 65 jaar te laten werken per onmiddellijk te laten ingaan.

De minister heeft helaas dit verzoek afgewezen en wil wachten op de uitwerking die zal plaatsvinden in 2017 waarin de hele regeling zal zijn uitgewerkt. Dat vind ik jammer om 2 redenen.

De ene reden is dat de reservistencollega’s U en ik graag nu al tot 65 jaar zouden willen doorwerken.

 En degenen die tot 2017 de 60 jarige leeftijd passeren zullen toch in het huidige beleid afscheid moeten nemen. Dat is niet alleen voor hen jammer, het is ook jammer voor de organisatie als geheel. De reden daarvan is dat in de afgelopen jaren het aantal reserve officieren gestaag afneemt. Dat is geheel tegenstrijdig met het beleid dat de minister wil namelijk,  meer gebruik maken van de reservisten. Allen daarom al zou de minister snel een maatregel moeten invoeren om de reservisten langer te behouden.

De andere maatregel die ze daarvoor zou moeten invoeren is dat zij nu eens daadwerkelijk werk gaat maken van het actief werven van Reservisten. Reservisten en met name Reserve Officieren worden op dit ogenblik alleen geworven onder de jonge luitenants van de Natres bataljons waarbij het een behoorlijke tijd zal duren voordat zij in kunnen stromen in bijvoorbeeld het  CMI-commando die eist dat er civiele competenties ter beschikking komen en anderzijds worden op dit ogenblik reserve officieren geworven via kennissen. Het zijn de reserve officieren die de meest kandidaten voor reserve officier aanbrengen. De minister zou een voorbeeld moeten nemen aan bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk waar betrekkelijk actief geworven wordt om reservisten te interesseren voor een functie als reserve officier bij de Krijgsmacht. Dus naast een tijdelijke maatregel om meer erservisten te laten werken tot 65 jaar roep ik de minister ook op nu daadwerkelijk werk te maken van het werven van reservisten op de arbeidsmarkt.

Dames en heren tot zover mijn jaarrede. Ik dank U hartelijk voor uw aandacht en ik hoop u allen weer te ontmoeten in Nederland.

Dank U wel.

 

VOORZITTER KVNRO                 JAARREDE 2014      

Het nieuwe reservistenbeleid
(waar staan we – waar gaat het heen)

 

Generaals, dames en heren

Vorig jaar hebben een aantal sprekers stilgestaan bij de toekomst van het reservistenbeleid. We zijn nu een jaar verder, en ik wil met u achterom kijken en vooruit kijken. Waar staan we en waar gaat het heen.
De sprekers van vorig jaar wilden aan de ene kant graag e.e.a. vertellen, maar anderszins zaten ze dicht genoeg bij de beleidsvoorbereiding dat ze ook weer niet al te veel konden vertellen.

Toch is er inmiddels veel gebeurd.

 

Er is een bureau reservisten opgericht op het Ministerie van Defensie onder de bezielende leiding van ons lid Kol Dick Scherjon. Hij moet enerzijds het beleid schrijven maar doet anderzijds veel om reservisten en werkgevers te betrekken bij wat er nog allemaal moet gebeuren.

Natuurlijk heeft hij die input ook nodig voor het nieuwe beleid, maar het zet ook lijnen uit naar de toekomst. Soms hoopvol, maar soms duurt het wachten ook lang.

Er is een actief (en steeds actiever) bureau Employer Support dat actief werkgevers benadert en met hen spreekt over de meerwaarde van reservisten en wat het betekent dat zij een werknemer hebben die reservist is. Over het algemeen zijn de reacties positief …  en terecht.

Maar wat gebeurt er nog meer?

Steeds meer mensen binnen de krijgsmacht ontdekken de mogelijkheden van reservisten. Reservisten geven flexibiliteit aan de organisatie. Zo kan de organisatie steeds op maat worden samengesteld voor een opdracht. Dat is efficiënt en effectief. In steeds meer organisatieonderdelen zien we dat.

De keerzijde daarvan is dat de beroepscollega’s steeds meer dreiging zien vanuit de hoek van de reservisten. Ze dreigen hun functie en wellicht hun baan te verliezen omdat de commandanten inzien dat de functie niet full-time vervult hoeft te worden en je dus beter met reservisten kunt werken.

Die dreiging is reëel en ik denk dat in de organisatie duidelijk moet worden afgesproken hoe daarmee om wordt gegaan. Het is nooit de intentie vanuit de reservisten om de beroepscollega’s te verdringen. Flexibiliteit is echter wel nodig en naar de toekomst toe moet daarop dus wel worden geanticipeerd, zonder dat de mensen die nu binnen de organisatie werken er de dupe van worden. Dat is belangrijk.

Maar de inzet van reservisten gaat door en zal steeds verder groeien, daar ben ik van overtuigd. Over het algemeen is men zeer tevreden over de inzet van reservisten, zowel op uitzending als in Nederland.
Maar wat betekent die groei voor het reservistenbestand en hoe moet de organisatie daar mee verder?

De behoefte aan reservisten groeit snel, op allerlei functies. Op dit moment is de organisatie vaak al ondervult als het om het aantal reservisten gaat. Dat is geen goede zaak.

Afgelopen jaar heeft Defensie geïnventariseerd hoe het staat met de collega’s die waren opgenomen in het vrij indeelbaar bestand. Zij konden overgaan naar een vrij inzetbaar bestand waarbij zij verplicht zijn de militaire basisvaardigheden te onderhouden maar daarmee ook beschikbaar kunnen zijn voor inzet, zonder op een functie geplaatst te zijn. Velen (ca 1100) antwoorden bevestigend op de vraag of men dat wilde. En meteen ontstond er een probleem voor de organisatie. Want die 1100 collega’s moeten opeens veelal nieuwe uitrusting en kleding krijgen – en dat is niet voldoende op voorraad.

Met die aanwas wordt overigens het personeelsbestand in het algemeen niet jonger. Het zijn dezelfde “oude” reservisten die nog als dienstplichtige hebben gediend die nu in dit vrij inzetbaar bestand terecht komen.
Als we er van uit gaan dat ons ledenbestand met actieve reservisten representatief is, dan is 25% van de reserve-officieren jonger dan 45 jaar. Daarboven is de groep per 5 jaar ongeveer 25% van het totaal.
Defensie zal dus hard aan de slag moeten om de jonge reserveofficieren binnen te halen. Met name de Landmacht is al wel begonnen met pilots, maar dat betreft nog steeds kleine aantallen en voordat die reservisten toe zijn aan de hogere functies gaat nog een behoorlijk aantal jaren duren.

Ondertussen neemt Defensie wel – vrij rigide – afscheid van haar reservisten met 60 jaar. De vraag is dan – hoe lang is dat vol te houden?
Als je enerzijds inzet op meer gebruik van reservisten en je hebt jarenlang geteerd op de groep ex-dienstplichtigen die altijd maar riep dat ze wel nuttig konden zijn voor de organisatie zonder die van onder aan te vullen met jongeren, dan komt er een moment dat je nog wel meer reservisten wilt gebruiken, maar dat je door de leeftijdsgrens hard vast te houden, zult moeten constateren dat het aantal reservisten snel afneemt.

Dus de vraag is dan – Defensie, wat ga je daar aan doen? Snel mensen werven – daar is niet echt capaciteit voor. Die wervings- en opleidingscapaciteit zal moeten worden opgebouwd.
Snel werven onder oud-beroeps is wellicht een mogelijkheid, maar het resultaat daarvan is niet de aanvullende competenties die defensie vraagt. Of Defensie moet gaan zoeken onder de oud militairen die al langer geleden de organisatie hebben verlaten, maar dat zijn weer de ouderen.

Kortom, dit probleem is niet zo snel op te lossen. Een voorlopige maatregel zou dan kunnen zijn de leeftijdsgrens voor de reservisten tijdelijk te verhogen. Ik zou Defensie willen oproepen hier eens naar te kijken. Is de huidige ambitie met reservisten wel houdbaar bij het strikt vasthouden aan de leeftijdsgrens van 60 jaar?

Dan moet ik nog even terugkomen op de jaarrede van vorig jaar. Ik heb toen gesproken over voorwaardelijk beleid.
Eén van de zaken in het voorwaardelijk beleid is een goede arbeidsmarkttoeslag. Om die term nog even helder voor de geest te halen, is de toeslag die een reservist krijgt bij inzet om het verlies aan inkomen dat hij normaal verdiend, te compenseren.
Het is dus minder direct een toeslag voor bijzondere kennis en vaardigheden, het is meer een toeslag om te zorgen dat het gezin dat achterblijft net zo kan blijven leven als voordat het primaire inkomen wegviel.
Ik heb Defensie al opgeroepen voorwaardelijk beleid te maken. Dat geldt zeker ook voor dit punt, waarbij we het afgelopen jaar hebben moeten constateren dat ondercommandanten binnen de landmacht de regelgeving zeer verschillend uitlegden met allerlei ongewenste strubbelingen tot gevolg. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Ik ben de eerste om toe te geven dat het huidige beleid m.b.t. arbeidsmarkttoeslag achterhaald is. Het is niet juist dat er onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende categorieën reservisten bij uitzending, omdat in het oude beleid dat onderscheid is gemaakt. CLAS bijvoorbeeld doet dat ook al niet meer en zendt RSD en RMT beiden uit. Bij dat onderscheid is er van uitgegaan dat alleen de reservisten specifieke deskundigheid zouden worden uitgezonden. Voor andere reservisten is daardoor toekenning van de arbeidsmarkttoeslag geblokkeerd – onterecht!

Het is echter niet aan de commandanten om het beleid eigenstandig aan te passen zoals het afgelopen jaar enige malen is gebeurd. Het is aan de Defensie organisatie in overleg met de bonden, om een nieuw beleid te formuleren.

Ik zou willen voorstellen, net als met het algemeen beleid, hier eens over de grenzen heen te kijken. Andere landen hebben deze problematiek al opgelost en hebben goede regelgeving om hier mee om te gaan.

Generaals, dames en heren; ik ga afronden.
M.b.t. reservisten is er nog veel werk aan de winkel. Veel van het beleid wordt vorm gegeven en daar wordt hard aan gewerkt. Ik heb geprobeerd te schetsten dat er daarnaast nog veel moet gebeuren en dat ik nogal wat problemen zie voor de korte termijn waarbij nu actie noodzakelijk is.
Ik roep Defensie op met open vizier die problemen te bestuderen en aan te grijpen anders is er straks een mooi beleid maar nog maar weinig reservisten over om de taken uit te voeren. Dan blijkt het een goed idee maar moeilijk uitvoerbaar. Dus Defensie – aan de slag!!

  • KVNRO symposium
  • Defensie structureel partner in de nationale veiligheid
  • Lees verder
Publicaties
Alle publicaties
De edities van onze periodiek "De Reserve Officier" kunt U hier vinden!
Ontwikkeld door Faceworks BV